Voorwoord [ okt / nov '06 ]
Vanwege vacantiedrukte geen voorwoord, maar een bemoedigend gedicht:
Vissers
Hun schip hadden zij op het strand neergezet,
teleurstelling spoelden zij weg uit hun net,
hun arbeid, die nacht, bracht hen niets meer dan wind.
Gepaard aan de vloedlijn, door stormen geetst,
de zee, die het harde bestaan voor hen schenkt,
de plaats, waar de storm soms het leven bedwingt.
Nadat Hij de schare het Woord had gebracht,
sprak Hij tot de vissers: ga terug naar vannacht!
Zet uit daar je net in de diepte en vindt.
Hij bracht hen terug, in hun oude bestaan.
Het Woord strak de Meester en zij zijn gegaan,
terug naar de plaats, die hen niet meer verslindt.
Zij vonden de vrucht op het Woord van de Heer,
de netten, zij hielden het bijna niet meer;
het antwoord van Hem als Zijn liefde ons vindt
en wij in gehoorzaamheid doen wat Hij zegt.
Dan vangen wij mensen, die komen terecht
bij God, die in Christus ons allen hervindt.
(naar Lucas 5:5)
Uit: "Een krans van hoop" van C.H.van Garderen
